Rudy de Man (Ixelles, 1932, gehuwd met mevrouw Van Eeghen) moest en zou bij Heineken gaan werken, omdat zijn vader directeur was geweest van het kantoor van het brouwerijconcern in Soerabaja. Zodoende accepteerde De Man, met een diploma van de Nijenrode-managementopleiding (nu Nijenrode Business Universiteit) op zak, een baantje op de documentenafdeling van Heineken in Rotterdam.

Zo begon De Man’s carrière in de voedings- en genotmiddelensector, die hem in korte tijd aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven bracht. Al binnen een jaar was De Man werkzaam op de exportafdeling van Heineken in Amsterdam. Die functie was uiteraard meer in lijn met zijn opleiding op Nijenrode. Na tien jaar exportmanager te zijn geweest bij Heineken, stapte De Man over naar Douwe Egberts om zich daar op de export van tabak te richten. Vervolgens werd hij directeur van Holland Canned Milk, later onderdeel van DMV Campina, nu DMV International.

De Man’s benoeming bij de Nederlandse dochtermaatschappij van het Zwitserse miljardenconcern Nestlé heeft een bijzondere voorgeschiedenis. Door de toenmalige directeur van Nestlé Nederland werd De Man, in die dagen nog werkzaam bij Campina, geattendeerd op de overcapaciteit waarmee een Nestlé-zusterbedrijf in Frankfurt te kampen had. Directeur van deze Duitse melkpoederfabriek was de heer Helmut Maucher, de toenmalige CEO van Nestlé. Met hem kwam de directeur van het Nederlandse Campina in Frankfurt tot zaken. Dit eerste zakelijke contact kreeg een onverwachts vervolg.

AMSTERDAM: de heer A. Eigenhuis heeft burgemeester mr. Gijs van Hall (linksachter) een gedenkboek aangeboden t.g.v. het 100-jarig bestaan van de Nestlé fabrieken in Zwitserland. Vier meisjes in Zwitsers kostuum droegen een grote groentemand aan. Het gezelschap arriveerde per diligence. 1966

Drie maanden nadat De Man bij Nestlé in dienst was gekomen, werd hem gevraagd algemeen directeur van de Nederlandse dochter te worden, als opvolger van de heer A. Eigenhuis, die met vervroegd pensioen ging. De officiële benoemingsdatum was 1 mei 1982. Aan het eind van dat jaar maakte Nestlé Nederland ook weer een bescheiden winst, na een aantal jaren met rode cijfers te hebben geworsteld. Onder leiding van de nieuwe algemeen directeur werd het boekjaar ’82 afgesloten met een omzet van HFL 671,6 mln en een nettowinst van HFL 9,2 mln, inclusief incidentele baten. Er werd gereorganiseerd en gesaneerd, met name in de divisie consumentenproducten die in ruim vijf jaar tijd even zoveel marketingmanagers had versleten.

Eerst onderging de marketing afdeling een forse aderlating: 32 functies moesten worden opgeheven, onder meer als gevolg van de veranderende distributiepatronen in Nederland.

Met het verder ‘wieden door het hele bedrijf’, zoals De Man dat noemde, zouden nog eens een twintigtal banen verdwijnen. Onderstreept moet worden dat niet met gedwongen ontslagen gepaard ging. Door oudere medewerkers gebruik te laten maken van de vut-regeling en niet te vervangen kon de beoogde reductie van het aantal arbeidsplaatsen worden bereikt.

De eerste resultaten van die saneringsoperaties zijn in 1984 duidelijk zichtbaar geworden. De omzet bleek ten opzichte van het voorgaande jaar met bijna HFL 100 mln te zijn gestegen tot HFL 712 mln. De nettowinst kwam uit op HFL 12,4 mln, een stijging met HFL 5,3 mln vergeleken bij de resultaten over 1983.

Ondanks zijn drukke werkzaamheden bij Nestlé, heeft De Man zich – als bestuurder en later voorzitter – bijzonder ingezet voor de Zwitserse Kamer van Koophandel in Nederland. Zijn enorme enthousiasme heeft er voor gezorgd dat de Kamer in zijn huidige vorm niet alleen een belangrijke plaats heeft gekregen in de zakelijke relaties tussen Nederland en Zwitserland, maar ook daarbuiten een belangrijke toegevoegde waarde heeft verkregen in het economisch-maatschappelijke speelveld. Om deze redenen is besloten om de de Dr. Jelle Zijlstra Award 2019 aan De Man uit te reiken.

Bron: FD